Start ] Agenda ] [ Inleiding in de meditatie ] De Woestijnvaders ] De Middeleeuwen ] De Moderne Tijd ] De nieuwste Tekst ]

 

Inleiding in de Meditatie

 

Als we aan vakantie denken, denken we ook aan loskomen uit gespannenheid, aan kalmte en stilte, aan tot onszelf komen en aan zo te zijn zoals we werkelijk zijn. Men is meer dan anders ontvankelijk voor het schone en het mooie. Mensen staan ook meer open voor God. Denk maar aan het toeristenpastoraat en het bezoeken van kerken.  Het heeft te maken met zich verwonderen en als het ware verzonken zijn in onszelf , zodat we al het andere vergeten. In ons zijn reeds aanzetten tot meditatie aanwezig.  

 

 

Meditatie gebeurt allereerst in stilte. Stilte is iets dat ons geneest. Lawaai is schadelijk voor ons lichaam. Het heeft een slechte invloed op ons zenuwstelsel en onze bloeddruk. Ook levert het gevaar op voor een hartinfarct en voor psychosomatische storingen.

Wie veel in lawaai verkeert, kan daarin maar moeilijk zichzelf zijn. Het stompt een mens af. We worden er onrustig door. Sommige mensen kunnen niet meer tegen de stilte. Zij zoeken juist constant afleiding in muziek. Overal staan ook radio’s aan. Door het voortdurende gebrek aan stilte vallen mensen ten prooi aan zinloosheid.

 

In de meditatie gaan we in stilte van de buitenwereld naar onze binnenwereld: van het oneigenlijke naar het eigenlijke, van de oppervlakte van onszelf naar onze diepere lagen.  We kunnen op deze wijze onze aandacht richten op iets dat genezend werkt.  Dit kan van alles zijn: iets uit de natuur, een tekst, een icoon of een mantra. Symbolen gaan op deze wijze tot ons spreken en gevoelens van vertrouwen, geborgenheid, hoop en moed komen vrij.

We worden vervolgens een stille innerlijke Stem gewaar en luisteren daarnaar. We kunnen ons overgeven aan onze Oorsprong. “Zwijgen voedt de liefde tot God”; “Zie ik zal haar (Israël) naar de woestijn (naar de stilte) lokken en daar zal ik tot haar hart spreken.”(Hos.2,14/16)

Dat kan met zich meebrengen, dat we “ja” kunnen zeggen tegen heel ons menselijk bestaan en “ja” tegen de solidariteit met anderen. Mensen die vanuit de stilte leven zijn gemeenschapsstichtende mensen. Op de verschillende thema’s die hier worden aangeroerd zullen we in de komende samenkomsten verder ingaan.

Van de oppervlakte van onszelf naar onze diepere lagen.

 

De Praktijk van de meditatie.

 

1. Ontspanning

 

 

Daarna laten we de spanning

volkomen los.

 Mediteren doen we met ons lichaam en  met onze geest. We beginnen daarom met een ontspanningsoefening. Deze heet suggestieve relaxatie- oefening.  Bij deze oefening leren we te ontspannen door de aandacht te richten op bepaalde spiergroepen en daar een ontspannen gevoel op te roepen. Met behulp van ontspanningsoefeningen kunnen we zelf invloed uitoefenen op onze lichamelijke en psychische toestand.
Tijdens de oefening  praten we niet en bewegen we  minder, onze  oogleden en ook onze andere ledematen kunnen zwaar en warm worden. We  reageren minder snel op prikkels van buitenaf . De spierspanning vermindert, onze  hartslag wordt rustiger en onze bloeddruk daalt iets. Ons lichaam komt tot rust. Verschijnselen als tintelende vingers, warm worden, geeuwen of een licht gevoel in het hoofd zijn vaak een teken van ontspanning. Doen we  de oefening regelmatig, dan wordt het steeds makkelijker om het gevoel van ontspanning op te roepen. Na verloop van tijd kunnen we   ook op andere momenten dan tijdens de oefening, gemakkelijk het ontspannen gevoel oproepen.  Vervolgens nemen we onze ademhaling waar. We ademen niet zelf, maar we laten dat  gewoon gebeuren. We zeggen tegen onszelf: "Het ademt in mij." Dit verdiept de  ontspanning. Tussen het einde van ons borstbeen en onze navel ligt in het midden het zonnevlecht – een bundel zenuwen, die alle organen in onze buik regelen. We zeggen tegen dit  zonnevlecht dat het stromend warm wordt. We kunnen ons voorstellen dat we een warmtezak tegen onze buik drukken. Na enige keren lukt het dit warmtegevoel op te roepen. De zenuwen daar ontspannen zich.        

2. De Meditatiehouding.

  1. Na deze ontspanning leggen we onze handen in  elkaar. De linker rust in de rechter.
  2. Vervolgens richten we ons bovenlijf zo hoog mogelijk op, om het dan weer te laten zakken. Het komt dan loodrecht op ons bekken te staan, zonder gebogen ruggengraat. We kunnen daarbij denken aan een stapel kopjes. De ene wervel rust in de andere. We zoeken deze balans door zachtjes heen en weer te wiegen met ons bovenlichaam.
  3. Op het eind van de meditatie stellen we ons weer bewust in op de activiteit. We buigen onze armen een paar maal krachtig en rekken ons wat uit. Ook halen we een paar maal diep adem, wrijven door ons gezicht en tot slot openen we onze ogen.

 

3. De Mantra.

 

 

Onze gedachten kunnen tijdens de meditatie alle kanten op gaan. Om deze te beteugelen kunnen we een mantra gebruiken. Deze meditatievorm werd al gepraktiseerd in de vierde en de vijfde eeuw van het christendom bij de oude woestijnvaders in Egypte. Het is een woord of een kort gezegde, dat we verbinden met onze ademhaling. Dat hoeven we niet bewust te doen, maar dat gaat vanzelf. Deze mantra brengt ons steeds weer tot onszelf en tot de meditatie. Er zijn religieuze mantra’s en niet religieuze mantra’s. Hier volgen enkele voorbeelden.

 

 

 

Religieus

-         Heer Jezus Christus, Zoon van God, Wees ons zondaars genadig. (Het Jezusgebed)

-         Maranatha (Vert: Kom Heer Jezus kom.)

-     Uw Rijk kome.

-         Onze Vader.

-         Ave, Maria.

-         God, kom mij te hulp.

-         Uw wil geschiede.

-         Heer, maak dat ik zie.

-         Ik word gedragen.

-         Verlos ons van het kwade.

-         God, U bent liefde.

-         U draagt mij.

-         U bent mijn toevlucht, Heer.

 

 

Niet religieus.

-         Ik heb vrede met mijzelf.

-         Alles is een gave.

-         Diep in mij is alleen de stilte.

-         In mij groeit harmonie.

-         Ik accepteer mezelf zoals ik ben.

-         Ik rust in mezelf en geef me aan de ander.

-         Ik heb geduld.

-         Ik weet wat ik wil.

-         Ik zie het goede en het mooie.

-         Ik voel me vrij.

-         Ik heb de tijd.

-         Ieder is uniek.

 

 

Deze meditatievorm werd al gepraktiseerd

in de vierde en de vijfde eeuw van het christendom

 

 

Het is goed om te blijven bij een eenmaal gekozen mantra,

omdat deze wortel schiet in onze geest.

We kunnen ook zelf een mantra bedenken.

Deze moet echter kort en positief van inhoud zijn.