De Woestijnvaders
De woestijnvaders, die zelf putten uit de bronnen van de bijbel, laten een manier om te zwijgen zien, waarvoor men niet naar het verre Oosten hoeft te reizen en waarvoor men ook niet in een contemplatief klooster hoeft te leven.“Sluit je aan bij hem, die je leert vragen: Wat wil ik?”
Dat raadt een woestijnvader een leerling aan. Heel veel ontevredenheid ontstaat omdat wij niet weten wat we willen! De weg van het zwijgen begint daarmee, dat wij ons leven willen leiden “uit eerste hand”. We zijn niet meer tevreden met hetgeen we leren uit allerlei boeken of met wat we in talkshows horen. We dienen te leren luisteren naar ons diepste verlangen en naar aanleiding van hetgeen we daar horen, kunnen we dan een eigen eerste stap zetten, ook al is deze nog zo klein. Zo gaat de weg van het zwijgen met vallen en opstaan. We kunnen vervolgens zorgvuldig nagaan, wat de volgende stap is en of deze ons draagt. Misstappen en vooruitgang horen hierbij.
“Veracht niemand, veroordeel niemand, spreek geen kwaad over iemand.”
Dat is heel concreet, wat het volgens de woestijnvaders betekent om te zwijgen. Heel veel gedachten, die ons de hele dag door het hoofd gaan en ons hart beroeren, laten ons niet onszelf zijn. Zij houden ons met anderen bezig. Zij oordelen over anderen en veroordelen hen. Niet dat we niet mogen praten om het zwijgen te bewaren, maar het afkeurende, oordelende praten en denken verbreken het zwijgen in ons. We dienen er ons van bewust zijn dat een advies om te zwijgen alleen zinvol is, als we de mogelijkheid hebben om met iemand te praten. We leren niet zwijgen in de afzondering van een meditatieruimte. Zwijgen leer je nooit op je eentje. Zwijgen leren we alleen in relatie met anderen, gewoon in het dagelijks leven dat we met anderen delen. Wie geleerd heeft om het (ver)oordelen te laten en te komen tot zwijgen, die kan overal leven, hij zal altijd in stilzwijgen zijn.“…. En zijn zitten zal zonder verwarring zijn.”
Zo gaat deze zojuist geciteerde spreuk verder. Wie ophoudt om voortdurend buiten maar rond te lopen en werkelijk eens gaat zitten, bij hem gaan ook de gedachten eindelijk “zitten”. Hij wordt zich bewust van hetgeen hem innerlijk bezig houdt en beweegt. Het is erom te doen om ons bewust te worden van de eigen alledaagse gedachten en deze waar te nemen. We moeten hierbij echter niet aanhaken op deze gedachten en er op doordenken, maar ze gewoon onverrichterzake laten verder gaan. Dit is een afkicktherapie uit de woestijn, een methode om "nuchter" te worden, zoals de woestijnvaders zeggen. Wij worden zo vrij van datgene, wat over ons hart, onze buik, over onze hand en mond de baas wil worden. Het aandachtige zitten wordt begeleid door een innerlijk herhaald gebedswoord, “Heer help mij” of “Jezus, ontferm U over mij.” Bij een dergelijk zwijgen, zitten en mediteren ontstaat er in de mens een vrije ruimte, die ingenomen kan worden door de Heilige Geest.
Claudia Edith Kunz
|
|
DE WOESTIJNVADERS EN DE STILTE |
Charles van Leeuwen |
| De woestijnvaders brengen een groot deel van de dag en
van hun leven in stilte door. Zonder stilte kunnen de idealen van het
leven in de woestijn niet worden gerealiseerd. Vaak wonen ze op enige
afstand van elkaar, zodat ze elkaars stilte niet hoeven te verstoren. Er
zijn impliciete afspraken in welke situatie men elkaar wel en niet
aanspreekt, de stilte is een belangrijk element in de omgang met elkaar.
In sommige gemeenschappen wordt ook samen in stilte gegeten.De stilte
wordt op tal van manieren nadrukkelijk vormgegeven en tevens opgelegd
aan nieuwkomers. In een van de eerste regels voor monniken staat:
‘door de stilte is men in staat zijn oude gewoonten af te leren en in de
stilte heeft men de tijd om nieuwe aan te leren.’ De stilte wordt
intens. De stilte is echter geen doel op zich: ze wordt gezien als een
voorwaarde voor religieuze groei. Zo zegt abba Poimen: ‘Als je de stilte
beoefent, vind je rust waar je ook maar woont.’ Het zwijgen staat in
dienst van een ander ideaal, de inkeer, rust en innerlijke vrede.
Monastiek toerisme Er is van de andere kant ook een tamelijk druk verkeer in de woestijn, sommige woestijnvaders krijgen veel bezoek en dragen in de gesprekken met hun gasten, religieuzen of leken, iets van hun religieuze inzichten over. Van verschillende christelijke schrijvers is bekend dat ze een reis in de woestijn hebben ondernomen, zoals een beetje in de mode was onder ondernemende christenen: Basilios, Evagrios, Hieronymus, Rufinus, Palladius en Johannes Cassianus zijn wellicht de bekendste onder hen. In hun brieven en reisverslagen schetsen ze een gedetailleerd beeld van het leven in de woestijn en eigenlijk kan men stellen dat het voor het eerst is in de geschiedenis van het christendom dat we zo goed geïnformeerd worden over de invulling en vormgeving van het leven van de gelovigen: hun motivatie en bekering, bezieling en spirituele groei. Mede om die reden is de studie van de spiritualiteit van de woestijnvaders zo fascinerend en ook voor de huidige tijd nog belangwekkend. Beschermende stilte We kunnen de stilte waarmee vaders en broeders zich omgeven, dan ook zien als een vorm van bescherming: bescherming van het kwetsbare leven in de aanwezigheid van God, bescherming van hun innerlijke rust en bescherming van zichzelf.
Behoedzame stilte Het bewustzijn om met woorden kwaad aan te richten, leeft sterk in de woestijn. Broeders vermijden het om zich in een situatie te laten brengen waarin ze een uitspraak moeten doen over een medebroeder of een oordeel moeten uitspreken. Ook ten opzichte van een medebroeder, die zondigt, verkiezen ze het meestal om te zwijgen en in stilte te bidden, boven het uitspreken van een vermaning. De stilte kan op een wonderbaarlijke manier effectiever zijn dan menig woord. Woorden kunnen goed doen, maar dragen het risico met zich mee om kwaad te doen. Het is onmogelijk om alle gevaren van woorden te voorzien, tegelijk met het goede komt dikwijls en onverhoeds ook het kwade in woorden naar buiten. De stilte daarentegen is goed in zichzelf en de kans om met stilte kwaad uit te richten, is kleiner. verlokkingen in stilte ondergaan. Zeer indringend wordt in de woestijn gewaarschuwd tegen misbruik van woorden en loslippigheid. Een bekend beeld vergelijkt de loslippige broeder met een huis waarvan de deur openstaat, zodat iedereen kan binnenlopen om te stelen wat van waarde is. Ook wordt wel verwezen naar een badhuis waarvan de deur openstaat: ‘Zoals door openstaande deuren van het badhuis snel de warmte naar buiten stroomt, zo stroomt ook de warmte van de ziel met de woorden weg, op het moment dat er te veel gezegd wordt, zelfs als er mooie dingen gezegd worden. De gepaste stilte is daarom een goede zaak, ze is niets minder dan de moeder van de verstandigste gedachten.’ Stilte in Gods nabijheid Hoe kan dan, tenslotte, dat mysterieuze begrip innerlijke rust van de woestijnvaders worden omschreven? Men moet eigenlijk een aantal werkwoorden aanhalen en een proces beschrijven dat achter dit begrip schuilgaat: zich terugtrekken, de eenzaamheid zoeken, ruimte maken, de stilte beoefenen, zich inkeren, zich leeg maken, rust en vrede vinden. Uiterlijke rust is nodig om tot innerlijke rust te komen. Het is een vaardigheid, oefening en houding, ja zelfs een lichaamshouding. Hoe innerlijke rust kan worden beoefend en vormgegeven, wordt in tal van uitspraken van woestijnvaders uitgelegd en toegelicht. Innerlijke rust is een centraal element in hun levenswijze, om niet te zeggen dat het zelf hun levenswijze is. Het is de zoektocht naar werkelijke rust en vrede, het is in de woestijn de weg die tot God voert. Deze innerlijke rust is een bewustzijn van Gods nabijheid, een bewustzijn dat stilte afdwingt. Zonder stilte kan men niet gaan op de weg die tot God voert, kan men niet in Gods nabijheid treden. De stilte van de woestijnvaders, die uit prachtige verhalen nog tot ons spreekt, is ook vandaag de dag nog een bijzonder getuigenis van die nabijheid van God.
|
Charles van Leeuwen
De weg naar gemoedsrust.
De oude monniken zoeken een geestelijk houvast in innerlijke stilte, in een tijd, waarin het christendom lauw werd. De kerk verbond zich steeds meer met de staat en de bronnen van de spiritualiteit begonnen op te drogen. Ook de brief aan de Hebreeuwen verkondigt aan christenen, die lauw geworden zijn, een nieuwe theologie. Op deze wijze kunnen ze zich weer opnieuw voeden. Op dezelfde wijze willen de monniken in de woestijn opnieuw drinken uit de bronnen van de Hl. Schrift. Door deze spiritualiteit komt de oppervlakkige kerkgemeenschap weer tot nieuw leven. De monniken willen graag het gebod uit de bijbel “Bidt zonder ophouden” (1 Thess.5,17) vervullen. Zij ontwikkelen methodes van innerlijk gebed om zonder ophouden te kunnen bidden. Zij willen het anker van hun ziel vast maken in de binnenkamer van hun ziel. De brief aan de Hebreeuwen spreekt hier over het Allerheiligste. In ons is een stille ruimte, waartoe Christus alleen toegang heeft en waar alleen God woont. In dit innerlijke stiltecentrum, in deze binnenkamer van ons hart, klinkt onophoudelijk het gebed, waartoe Jezus ons oproept. (vgl. Mt.6,6). De voorwaarde voor dit onophoudelijke gebed is de gemoedsrust. Deze gemoedsrust te bereiken is de bedoeling van alle spirituele methodes. We willen proberen om in contact te komen met ons innerlijke stiltecentrum. Daar willen we onophoudelijk met God verbonden zijn.
Beelden van deze gemoedsrust.
Om deze gemoedsrust te bereiken maken de oude monikken gebruik van methodes en inzichten van oude Griekse filosofen. Voor de Grieken was de belangrijkste vraag in het leven, hoe wij het ware geluk kunnen bereiken. En zij zien het geluk niet in uiterlijke bezittingen, maar “in een toestand van gelijkmatige en onverstoorbare rust.” Om deze rust en vrede te kunnen bereiken dienen we op de juiste manier om te gaan met onze gevoelens. Zij kunnen namelijk ons innerlijk omwoelen. De mens moet een toestand bereiken, waarin hij door zijn gevoelens niet meer heen en weer gegooid wordt. Dat kan doordat hij ze opneemt in zijn grote verlangen naar God. Voor Clemens van Alexandrië is het ideaal van de innerlijke vrede alleen te bereiken door de vereniging met God. Dit kunnen we niet op eigen kracht maar alleen met de hulp van God.
Ons leven wordt bepaald door een onbaatzuchtige liefde. Hierdoor komen we tot waarachtige rust in God. Cassianus noemt dit tranquilitas animi ( gemoedsrust) . Of ook wel imperturbatio ( vrij zijn van opwinding en innerlijke chaos).
Evagrius en Cassianus komen tegemoet aan een oerverlangen van iedere mens, ook van onze tijd. Hoe kunnen wij innerlijke rust vinden? Een zekere woestijnvader Joseph zegt ergens: Als je rust wilt vinden, dan moet je bij iedere handeling zeggen: “Ik – wie ben ik? En oordeel over niemand!”
Bij de vraag: Wie ben ik? Ruimen we alle valse beelden van onszelf op. We plaatsen onszelf niet meer in het middelpunt. Het ego wordt hier gezien als een oorzaak van veel onrust. Het ego praat aan één stuk door. Het vraagt zich af of het wel goed overkomt, of het wel gezien wordt, of het alles wel goed doet. Veel mensen komen zo nooit tot rust. De vraag: Wie ben ik? Brengt me steeds meer tot mijzelf . Dit Zelf is ten slotte een geheim. Ik kom zo in contact met het eigenlijke beeld dat God van mij heeft gemaakt. De vraag naar mijn ware zelf brengt me in het stiltecentrum van mijn eigen hart. Mensen hebben daar geen toegang. Ik zelf vind daar echte rust.
| De tweede weg die naar dit stiltecentrum in mijn hart leidt is “niet oordelen over anderen”. Wij oordelen vaak over anderen, ook als we het vaak niet hardop zeggen. In ons hart zijn we daarmee dan toch bezig. Dit oordelen over anderen trekt ons wel van ons ware zelf. We zijn constant bij de anderen. We zijn er voortdurend op uit, om bij hen fouten te ontdekken en onze eigen waarheid niet onder ogen te zien. Zo komen we nooit tot onszelf en nooit tot innerlijke rust. Als we bij alles naar onszelf vragen en vanuit ons eigen midden leven, als we niet oordelen over anderen, komen we tot gemoedsrust, die volgens de woestijnvader Poimen het wezen van onze religieuze leven uit maakt. |
..de weg die naar dit stiltecentrum in mijn hart leidt. |